…Piet Verkamman

 

Na schipper, beveiliger en chauffeur, straks Rad van Avontuur

Een Zeeuw met een Friezin, een door personeelsgebrek gedwongen huwelijk en een reeks verhuizingen – Piet en Fokje Verkamman bewijzen al vijftig jaar dat dit toch goed kan gaan.

Aan boord van hun motorboot die al 27 jaar in de zomer hun thuis vormt, vertelt Piet (70) er graag over. Met speciale aandacht voor de rol van de kerk in hun leven: na ouderling en koster geweest te zijn neemt Piet komende herfstmarkt een nieuwe rol op. Hij gaat het Rad van Avontuur bemannen, als opvolger van Ton Bennik die dat jarenlang met verve heeft gedaan. En hij organiseert een prijsvraag rondom de klokken die sinds kort in de Vredeskerk pronken.

“Iedereen mag raden wat die klokken wegen”, vertelt Piet. Hij weet als geen ander hoe zwaar ze zijn want hij heeft de klokkenstoel vervaardigd waarin de klokken hangen. “Op al die klokken staat dat zij uit Arnemuiden komen, ja, dus uit dat lied de Klok van Arnemuiden. Die klokken zijn hier al twee keer verhuisd, eerst bij sluiting van de Paterserfkerk naar De Ark en dit jaar Van De Ark naar de Vredeskerk. Toen ik ze daar zag staan heb ik aangeboden een klokkenstoel te maken, als cadeau van ons aan de kerk bij ons vijftigjarig huwelijk. Dat project is een beetje uit de hand gelopen want we ontdekten dat er elektrische klepels voor te krijgen waren en die vormden een mooie aanvulling.” Die klepels gaat Bram de Jong, onze eigen PGO-elektricien, in de klokken installeren.

De jonge Piet had op de school van het hervormde schippersinternaat in Wemeldinge aanvankelijk wat moeite gehad met leren, totdat een nieuwe onderwijzeres ontdekte dat hij dyslectisch was. Dat compenseerde hij met handvaardigheid. Zijn boot is al vijftig jaar oud, maar Piet heeft het interieur eigenhandig vernieuwd. “We zijn er al mee in Calais geweest en via de Rijn naar de Lahn en de Moezel.”

Maar ze hebben ook andere soorten reizen gemaakt. Met het vliegtuig naar Zuid-Afrika (waar een nicht van Fokje woont) en bij hun 25-jarige bruiloft met de trein over de Transsiberische spoorweg. “Maar het water blijft trekken. Het liefst liggen we met ons bootje ergens waar je alleen koeien ziet, want we hebben in ons leven al zoveel verschillende mensen leren kennen dat het langzamerhand wel genoeg is.”

Piet was in Sint Maartensdijk op Tholen geboren uit een schippersgezin. Bij zijn vader aan boord leerde hij varen; als steunpilaar van zijn vader ontkwam hij aan de militaire dienstplicht. Zijn vader kocht in 1964 voor hem een eigen schip waarmee hij vanuit België en Duitsland vooral cement ging varen voor betonfabriek Martens in Oosterhout. Zo raakte Piet bekend met Oosterhout.

Op 5 maart 1966 ontmoette hij op een bruiloft Fokje, die als dienstmeisje van een predikantsgezin vanuit Friesland was meeverhuisd naar volgende standplaatsen van de dominee. Het schip van Piet had hard een matroos nodig en dat werd Fokje; daarom trouwden zij 5 juli 1967. Het huwelijk werd in de kerk aan de Rulstraat (die toen nog geen Vredeskerk heette) ingezegend door een schipperspredikant. “We zijn dus uit nood getrouwd, maar het is goed afgelopen”, constateert Piet, waarbij Fokje instemmend knikt. Hun gouden bruiloft vierden zij 9 juli in onze gemeente met gebak bij de koffie na de dienst in de Vredeskerk. Waar anders? Hier had het echtpaar immers niet alleen hun trouwdienst gevierd maar was het begin jaren tachtig ook nog koster geweest.

Aan het varen was in 1977 een eind gekomen omdat de oudste dochter op het schippersinternaat in Dordrecht door heimwee werd verteerd. Zij belandde zelfs in het ziekenhuis en dat was reden voor Piet een baan aan de wal te zoeken. Hij werd korte tijd vrachtwagenchauffeur maar belandde toen in de beveiliging, waarvoor hij in de avonduren het benodigde diploma haalde. Het werk bij beveiligingsbedrijf Securione betekende wisselende diensten en daar kreeg Piet genoeg van. Hij solliciteerde en werd aangenomen bij de beveiliging van de Raad van State in Den Haag. Zo werd de zelfstandige schipper rijksambtenaar.

Piet kijkt nog met plezier terug op die tijd: “Je praatte daar met iedereen, jurist of gewone collega. Ik ben wel niet zo groot maar voor niemand bang” (Fokje glimlacht: “Behalve voor mij”). De gemeente Den Haag beloonde hem met een onderscheiding.

Het rijk betaalde maar twee jaar reiskosten en dus verhuisde het gezin naar Den Haag. Fokje werd daar koster van de Oranjekerk aan de Gouverneurlaan en dat leverde onderdak in de kosterswoning op. Het in 1935 gebouwde kerkgebouw bood plaats aan 1200 kerkgangers, maar de Verkammans zagen in de vijftien jaar dat zij er woonden steeds meer lege plaatsen op zondag. Toen de kerk ten slotte verkocht werd (en vervolgens afbrandde) zagen Piet en Fokje wonen in Den Haag verder niet zitten en daarom kwam een advertentie waarin Drimmelen een havenmeester vroeg, als geroepen. De oud-schipper kwam weer bij het water te wonen, in een houten chalet dat de dienstwoning van de havenmeester vormde.

Toen dat na negen jaar stopte verkaste Piet weer naar Oosterhout, waar hij inmiddels ook al twee keer is verhuisd. Hij werd chauffeur bij een takel- en bergingsbedrijf, een afwisselende baan waarmee hij na tien jaar zijn pensioen en A.O.W. haalde. Voor de plaatselijke Opeldealer haalt en brengt hij nu nog leaseauto’s, soms over grote afstanden. Dan gaat Fokje graag mee. Want aan de Prof. Beelhoek thuis achter de geraniums zitten, daar zijn zij niet zo van…..

Ger Dullens