PASEN…..een lach door je tranen heen.

“Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden” (Matth. 5, 4)

De gebeurtenissen in onze verwarrend-onzekere wereld maakte de Iraanse dichteres Sholeh Rezazadeh pijnlijk duidelijk in een gedicht dat op de voorpagina van mijn dagblad stond afgedrukt. De titel van het gedicht raakte me. Juist in het licht van de recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten:
 “De hele wereld moeders huilende kind.” Tranen om onze wereld in nood, de tranen van zovelen om menselijk leed, de dood van een geliefde naaste in Iran, Gaza, Libanon, Oekraïne of waar dan ook. Tot in onze eigen gemeenschap en vriendenkring toe. Je kunt er zo moe en moedeloos van worden.
Is er nog hoop? Dat vraagt Sholeh zich ook af: “ik dacht aan hoop die elke dag duurder werd, verder weg, vager.” In een bekend boek van de Russische schrijver Dostojewski wordt verteld van een oude, wijze monnik, een staretz, een geestelijke vader. Zosima heet hij.
Er komt een moeder bij hem. Die hevig treurt om de dood van haar enige zoon. En dan zegt Zosima: “wees tevreden, vrouw, troost uzelf niet, maar heb verdriet en ween. Weet alleen dat God uw tranen ziet. Hij heeft ze geteld.” In het Nieuwe Testament horen we dat ook Jezus huilde. Tranen van verdriet. De 17e eeuwse Engelse dichter, later predikant van de St. Pauls Cathedral in Londen John Donne schreef ooit een aangrijpende preek over de “tranen van Jezus”. Bekend geworden onder de naam “tranenpreek”. Hij vertelt in die preek dat van Jezus wordt gezegd, dat Hij tranen huilde. Tot drie keer toe lees je dat Jezus huilde. De evangelist Johannes vertelt dat Jezus huilde bij het graf van Lazarus. ( Joh. 11, 35 ) Toen treurde hij met vrienden om Hem heen en Hij ergerde zich aan de voorbarige troost van andere omstanders. Lucas schrijft dat Jezus huilde – op weg naar zijn lijden en sterven – toen Hij Jeruzalem naderde. Tranen om de stad die Hem zo lief was. (Luc. 19, 41) En tenslotte lees je in de Hebreeënbrief dat Jezus tijdens zijn leven ”onder tranen met luide stem gebeden heeft, tot God die Hem kon redden van de dood.” (Hebr. 5,7) Drie keer: Jezus huilde. Hij gaf ruimte aan zijn emoties, zijn gevoelens voor dat Hij die vertaalde in gedachten woorden en daden. En zo is Hij ons troostend nabij. Soms weet je niet meer hoe je moet reageren op alles wat er om je heen gebeurt. In de Bergrede zegt Jezus: “Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.” In die bemoedigende woorden klinkt de hoop van Pasen door. In de opstanding van Christus breekt nu al Gods toekomst onze wereld van verdriet binnen. Als een voorgoed begonnen begin: de belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar vóór die tijd kom je er niet met droge ogen doorheen. Pasen zegt mij: Troostend is Hij ons nabij. Daarin schuilt ook een appèl: naast de ander te staan, delen in zijn verdriet. Hoe belangrijk dat is laat ook Sholeh in haar gedicht horen: “Blijf nog even bij me/ de hele wereld is ons huilende kind.” Tranen zijn er niet om weggemoffeld te worden. Ze maken ruimte vrij om zicht te krijgen op de hoop van Pasen. Een lach door je tranen heen. En daarom kan ik het niet laten nog eens te grijpen naar dat voor mij betekenisvolle Paasgedicht van Ida Gerhardt:

PASEN                                                                                  Ida Gerhardt (1905-1997)

Een diep verdriet dat ons is aangedaan
kan soms, na bittere tranen, onverwacht
gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,
op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.
Waar onderdijks een stukje moestuin lag
met boerse rijtjes primula verfraaid,
zag ik, zondags getooid, een kindje staan.
Het wees en wees en keek mij stralend aan.
De maartse regen had het ’s nachts gedaan:
Daar stond zijn doopnaam in sterkers gezaaid.

                                                                                                            C. Nieuwenhuizen