Lees ter voorbereiding eerst Genesis 2: 4b-25. Dat is het tweede scheppingsverhaal uit de Bijbel.

In de adventstijd staan weer een paar bijzondere vrouwen centraal in het oecumenisch leesrooster. De vier vrouwen van de advent zijn Batseba, Ruth, Rachab en Tamar. Het zijn stuk voor stuk bijzondere vrouwen die ook wel de moeders van Jezus worden genoemd. Aartsmoeders is misschien ook wel een mooie term die daarbij hoort. Zonder deze vrouwen had de geschiedenis van Israël er aanmerkelijk anders uitgezien. Natuurlijk wil ik niet het gras voor de voeten van de voorgangers in de adventsperiode wegmaaien, maar ik sluit wel graag aan bij deze lezingen. De positie van vrouwen is en blijft nog altijd een belangrijk onderwerp. Ook binnen de kerk. Misschien is het wel beter om te zeggen juist in de kerk. Want door de eeuwen heen is juist de kerk een door mannen gedomineerd bolwerk geweest met alle kwalijke gevolgen van dien. Tijd voor de herwaardering van de vrouw dus!

Nog niet zo lang gelden beweerde de scriba van de Protestantse Kerk Nederland, dat is eigenlijk de belangrijkste positie van onze landelijke kerk, dat het uitsluiten van vrouwen in het ambt geen seksisme is. Hij noemt het een keuze en geen seksisme om alleen mannen toe te laten in het ambt. Gelukkig zijn er veel vrouwelijke dominees, ouderlingen en diakenen, maar er zijn heel wat plaatselijke gemeentes waar dat onmogelijk is. Het ergste van alles is misschien wel dat dit met de Bijbel in de hand wordt goedgepraat. Staat er immers niet geschreven dat de man zal heersen over de vrouw? En ook het tweede scheppingsverhaal is vaak gebruikt om aan te duiden dat de vrouw de tweede sekse is. Maar is dat bedoeld? Eva wordt volgens het verhaal uit de zijde van de man geformeerd. Maar mag dat gelezen worden als een mens met inferieure kwaliteiten?

Als ik terugdenk aan de docent van wie ik het meest geleerd heb, dan moet ik hier de naam noemen van dr. Marjo Korpel. Tijdens een college dat ik van mijn leven niet meer zal vergeten, bleven we steken bij het Hebreeuwse woord ‘ezer’, hulp. De Ene God zoekt een ‘ezer’, hulp voor Adam. Duidelijk is dat hier geen huissloof bedoeld wordt die de piepers op het vuur zet en de afwas doet. “Waar wordt dit woord voor hulp nog meer gebruikt?”, vroeg zij niet helemaal toevallig aan een zware broeder. Ze toonde aan dat het in de Psalmen wordt gebruikt. Dat daar over de Ene gesproken wordt als een helper. Natuurlijk raakten de heren niet zomaar overtuigd. “Of zou je van God durven spreken als een sloof?” daagde ze onze groep studenten uit. Daar had natuurlijk niemand iets van terug.

Marjo Korpel is niet alleen voor mij een inspiratiebron. Carel van Schaik en Kai Michel,
schrijvers van Het oerboek van de mens en van de Waarheid over Eva, hoe ongelijkheid tussen mannen en vrouwen ontstond halen haar onderzoek ook geregeld aan. Bij hen vond ik inspiratie voor een andere gedachte die ik voor nu van belang vind. Van Schaik en Michel brachten me op het idee om eens te kijken naar de samenlevingsvorm die er was vanaf de schepping. Althans, zoals het opgetekend staat in Genesis 2 en zoals het bedoeld zou zijn. 

Voordat ik op Genesis in wil gaan, wil ik schetsen waar Van Schaik en Michel zich mee bezighouden. Zij zijn respectievelijk gedrags- en evolutiebioloog en historicus. Overtuigend laten zij zien hoe prehistorische samenlevingen zich hebben ontwikkeld en hebben georganiseerd. Zodra de landbouw intrede deed, veranderde ook de samenleving drastisch. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat in die agrarische samenleving de mannen bleven op de plaats waar zij waren geboren. Vrouwen kwamen terecht op de boerderij van hun man en hun familie. Het zal geen verrassing zijn
dat dit de positie van vrouwen kwetsbaar maakt. 

Maar laten we nu nog eens Genesis 2:24 lezen. Daar staat:

Daarom verlaat een man zijn vader en zijn moeder 

en hecht zich aan zijn vrouw 

en zij worden één vlees.

Genesis presenteert hier dus een ander model. Later zullen we zien hoe dat bij Jakob uitpakt. Zijn positie bij zijn schoonvader Laban is minder sterk. Om het niet gewoon ronduit zwak te noemen. Het uitgangspunt van Genesis 2:24 dat de man wegtrekt en gaat wonen bij de familie van de vrouw vind ik opvallend. Dit vers kan ik haast niet lezen als een beschrijving van de realiteit. Meer maakt het alert op de situatie zoals die zou moeten zijn. 

Het sluit aan bij het Bijbelse thema dat haast een rode draad is. Steeds gaat het om in beweging komen en draait het om wegtrekken uit de vertrouwde omgeving om elders een nieuwe toekomst en een nieuw bestaan op te bouwen.

Zou het toeval zijn dat juist deze tekst is opgeschreven in ballingschap? Een situatie waarin mensen tegen hun wil in huis en haard moesten verlaten? Een situatie ook waarin familiebanden een andere rol zijn gaan spelen? Ik weet het niet. Al denk en vermoed ik wel dat het in die context herkenning gegeven heeft. Misschien zelfs de aangetaste mannelijke eer wat hersteld heeft. Het was Gods bedoeling dat de man weg zou trekken. Het heeft wellicht de pijn van de ballingschap wat verzacht. Al blijft dit wel wat speculatie van mijn kant. 

Waar het mij om gaat, is dat onze maatschappij er essentieel anders uit zou hebben gezien als dit principe leidend was geweest. De dominantie van de man zou zijn ingeperkt als hij in een nieuwe en onbekende omgeving kwam. Hij zou het gezag moeten verwerven en kon niet zomaar macht uitoefenen. Samenwerking zou veel meer voorop staan. De coalitie van vrouwen, het zusterschap,
zou iets zijn om rekening mee te houden. Het zou ervoor zorgen dat de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw of tussen vrouw en man hersteld zou worden. 

Het wonderlijke is dat het juist de moeders van Jezus zijn, de aartsmoeders van Israël, die kans hebben gezien om een geheel eigen leidende positie in te nemen. Als geen ander hebben zij de kracht van vrouwen laten zien. Het onderstreept het belang van gelijkwaardigheid. Want waar die gelijkwaardigheid in het geding is en teniet wordt gedaan, door waardigheid te ontnemen, de goddelijkheid van de hulp te ontkennen en de ander die is als jij te koeioneren, daar komt geen mens tot een bestemming. En dat is een belediging, een zonde. En dat mag nooit een keuze zijn. 

Dat wij dus allemaal, vrouw en man, uitgedaagd zullen zijn om te leven naar de principes van het allereerste begin. Dat wij elkaar als gelijkwaardige partners, een hulp, een tegenover zullen zijn. Dat wij elkaar in kerk en samenleving tot zegen zullen zijn. Als dat de boodschap van advent mag zijn, wordt het vanzelf Kerst. Daar ben ik van overtuigd.

Dirk-Jan Bierenbroodspot