De zomer in…
Nu ik een paar maanden in Oosterhout ben, leer ik steeds meer leden kennen en ook de voorgangers uit de regio. Onlangs hadden we als protestants werkgezelschap, naast een korte vergadering, een uitstapje naar Zundert. Daar werd in 1853 Vincent van Gogh geboren, als zoon van een dominee. De pastorie stond op enkele tientallen meters van het kerkje waar zijn vader preekte en hij kreeg uiteraard een christelijke opvoeding. In de huidige pastorie liepen we als collega’s rond en daarna ging het door naar kerk en tuin. Al mijmerend kwamen er gedachten in me op. Bekend is dat Vincent prachtig kon schilderen, maar ook dat hij en meerdere naaste familieleden geen gemakkelijk leven hebben gehad. Pijn en verdriet zijn de familie Van Gogh niet bespaard gebleven. Hoe speelde het geloof daarbij een rol in zijn leven? En gaven de lange dagen schilderen in de natuur hem troost, inspiratie, kracht om verder te gaan? Hij vertrok als jonge evangelist naar België. Hier leefde hij in armoede tussen de mijnwerkers, fanatiek en extreem volgens velen. Hij speelde een tijdje met de gedachte zelf predikant te worden en werkte een tijdlang in de kunsthandel van zijn oom. Wat als hij in onze tijd had geleefd, bij de Vredeskerk had gehoord? (Hoe) zouden we met zijn rusteloosheid zijn omgegaan en hem bemoedigd hebben om vooral licht en ruimte te zien, daar van uit te delen in het leven en die te schilderen?
Later werd zijn kijk op het leven wel wat vrijer. Hij begon God vooral te zien en te zoeken in de natuur, het dagelijks leven en zijn kunst. Zo schilderde hij ‘De zaaier’ tientallen keren. Die komt als symbool rechtstreeks uit de gelijknamige gelijkenis van Jezus in de Bijbel: Matteüs 13. Voor Vincent stond de zaaier symbool voor het verspreiden van het woord van God. De kleur geel stond voor hem symbool voor Gods liefde, warmte en het goddelijke licht. ‘De zonnebloem’, talloze keren door hem afgebeeld, was een bekend symbool voor de vrome mens die zich, net als de bloem naar de zon, altijd naar God keert. En met ‘De aardappeleters’, een schilderij met arme boeren, wilde hij naar het Laatste Avondmaal verwijzen. Het was zijn manier om te laten zien dat God dicht bij de armen stond. En naast een opengeslagen statenbijbel van zijn net overleden vader ligt een bijbel open bij Jesaja 53, over de ‘Lijdende Dienstknecht’, Jezus. Daarbij ligt een klein, versleten Frans romannetje van Émile Zola (La joie de vivre). Een poging om de vreugde van het leven niet te vergeten. Vincent deed zo op zijn manier pogingen om het leven, zijn leven, te ordenen en begrijpelijk te maken, zo stel ik me voor.
Toch hoop ik dat u en ik wat luchtiger de wereld om ons heen bekijken. In alle ernst en met alles wat we meemaken en dagelijks horen en om ons heen zien. We spreken in de kerk over zorgen voor de gemeente over een jaar of tien (wie draagt de kerk dan nog?) we denken na over ledenaantallen, leeftijdsopbouw en wat dat voor bezinning vraagt. Dat levert hopelijk waardevolle inzichten op. Ook in de PG Oosterhout mogen we vertrouwen dat God de leiding heeft. We mogen trouw doorgaan.
Ik vind dat schilderij van ‘De zaaier’ in ieder geval wel hoopgevend. Een zaaier loopt in de akker en zaait zelfs midden in de zomer. Zie die grote zomerse zon aan de horizon op het schilderij. Er wordt blijkbaar volop gezaaid, het hele jaar door. Ook op momenten dat je het niet zo één-twee-drie verwacht. Zien we het om ons heen?
Marjan van Weerden, kerkelijk werker
