Meditatie

‘Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam … Om onze zonden werd
hij doorboord, om onze wandaden gebroken.’ (Jesaja 53, 4 en 5)

Tegenover mij zit een gedetineerde. Ik noem hem voor het gemak even Remco.
Remco zit al voor de zoveelste keer vast. Toch is het deze keer anders, vertelt hij. Hij heeft
inderdaad vaker vastgezeten, maar nu had hij zij leven op een rijtje. Een huis, een enigszins
regelmatig leven, geen drugsverslaving meer enz. En op een enkel blowtje na gebruikte hij
ook geen verdovende middelen.
Kortom: Het zag er goed uit.
Maar zijn zus zat zonder huis en was bij hem komen wonen. Zonder dat hij het wist handelde
de zus vanuit het huis in drugs. Het onvermijdelijke gebeurde: er was een politie-inval; er
werden grote hoeveelheden drugs gevonden en omdat het zijn huis was, werd hij voor enkele
maanden veroordeeld. Huis weg, alle spullen weg en Remco in de gevangenis. De zus bleef
buiten schot.
‘Ben je niet ontzettend kwaad op je zus,’ vraag ik. ‘En had je niet verwacht dat zij naar de
politie gaat om te zeggen dat niet jij maar zij die drugs had.?’ ‘Nou ja, dat wel maar ik heb
mijn moeder op het sterfbed beloofd dat ik de familie bij elkaar zal houden. Dus heb ik haar
vergeven en zit ik hier mijn tijd uit. Hopelijk krijg ik straks weer een huisje zodat ik weer wat
op kan bouwen.’
Remco draagt dus de schuld van zijn zus. Hij zit in de gevangenis terwijl zijn zus er zou
moeten zitten. Zonder wrok. Uit liefde voor zijn zus, voor zijn familie. En zo was verzoening
mogelijk.
Dat is bijna een messiaanse notie. Verzoening door een offer. Zo wordt in Jesaja 53 gesproken
over de lijdende knecht des Heren en in het Nieuwe Testament over Christus die de schuld
van mensen op zich neemt.
Ik weet dat ik me nu op glad ijs begeef. Want mag ik een crimineel die de gevangenisstraf van
zijn zus op zich neemt vergelijken met Christus? U moet mij maar vergeven als u het te ver
vindt gaan. Ik wil absoluut niet spotten met het lijden van Christus.
Maar het verhaal van Remco prikkelde mij als gelovige zonder dat hij er God of Christus bij
noemde.
Want wat ik in het verhaal van Remco zo ontroerend vind, is dat hij begrepen heeft dat liefde
ook offers met zich meebrengt en dat verzoening ook om offers vraagt. Hij heeft zijn moeder
beloofd de familie bij elkaar te houden en daar heeft hij zijn vrijheid voor over.
Verzoening is in de meeste gevallen pas mogelijk als de één de schuld van de ander afneemt.
Door te vergeven. Of door de schuld te delgen.
Echt leven ontstaat alleen daar, waar mensen bereid zijn zich op te offeren voor de ander. Dat
begint bij onze geboorte. Als mijn moeder niet bereid geweest zou zijn de moeite van een
zwangerschap en de pijn van de bevalling te dragen, was ik er nooit geweest. Alleen daar
waar mensen bereid zijn uit liefde offers te brengen, zal echt leven ontstaan. En dat vinden we
terug in het ultieme offer van Christus voor ons. Uit liefde.
Jezus zegt: ‘Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel. Maar
wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.’

Is het echt waar allemaal wat Remco mij verteld heeft? Er zijn immers veel mensen in de
gevangenis die beweren onschuldig te zijn. Eerlijk – ik weet het niet. Maar waarom zou
Remco mij iets voorliegen? Van mij heeft hij niets te vrezen.
Maar of het nu wel precies zo gebeurd is of niet – in ieder geval vertelt het verhaal op zich
een waarheid die niet klein te krijgen is. Dat liefde groter is dan schuld. Dat het brengen van
een offer verzoening kan scheppen.

Jan-Gerd Heetderks